Het uitgangspunt van de Omgevingswet, en eigenlijk van het omgevingsrecht, is dat zoveel als mogelijk wordt volstaan met algemene regels. Maar omdat veel activiteiten potentieel grote gevolgen voor de leefomgeving kunnen hebben blijft maatwerk en dus een (omgevings)vergunning noodzakelijk.

Wat verandert er ten opzichte van de Wabo?

Locatieontwikkelingsactiviteit

De buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan (ingevolge artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo) krijgt eindelijk een ‘uit één woord bestaande naam’ namelijk de locatieontwikkelingsactiviteit. Een vergunning voor een locatieontwikkelingsactiviteit is een vergunning voor een activiteit die in strijd is met de gebruiks- en bebouwingsregels van een bestemmingsplan (straks: een vergunning voor een activiteit die in strijd is met de locatieontwikkelingsregels in een omgevingsplan). Het concept wetsvoorstel maakt het eveneens mogelijk om in een vergunning voor een locatieontwikkelingsactiviteit middels voorschriften toetsingsgronden voor een nog te verlenen bouwvergunning op te nemen. Hierdoor is het mogelijk om aspecten als het uiterlijk van een bouwwerk, exacte hoogte en situering en parkeerbehoefte niet in het kader van de locatieontwikkelingsvergunning te beoordelen maar pas bij de beslissing over de vergunning voor de bouwactiviteit. Onder de noemer locatieontwikkelingsactiviteit vallen straks ook de aanlegvergunning, sloopvergunning.

Onlosmakelijke samenhang

Het principe van de onlosmakelijke samenhang wordt losgelaten. De aanvrager heeft totale vrijheid bij het indienen van een aanvraag. De aanvraag voor de bouw van een varkensstal hoeft niet meer tegelijk met de aanvraag voor het veranderen van de werking van een (milieu)inrichting (dit begrip verdwijnt trouwens) worden ingediend. Er is dan ook geen behoefte meer aan een faseringsregeling. De aanvrager bepaalt zijn eigen fasering. Wat natuurlijk overeind blijft is dat een handeling sowieso verboden blijft zolang niet voor alle activiteiten die daar onlosmakelijk deel van uitmaken een vergunning is verleend. Voor monumenten komt trouwens een aparte regeling.

Advies met instemming in plaats van verklaring van geen bedenkingen

Een advies met instemming houdt in dat het betrokken bestuursorgaan (instemmingsorgaan) advies geeft op het ontwerpbesluit en vervolgens moet instemmen met het concept van het definitieve besluit. Deze constructie zal verwijzen naar het goedkeuringsregime zoals dat in de Awb staat. Indien er niet wordt ingestemd met het concept besluit moet de vergunning worden geweigerd.
Voor de benodigde verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad (bij een locatieontwikkelingsactiviteit, zie hierboven) komt een soort van voorhangprocedure in de plaats. Deze procedure komt erop neer dat de gemeenteraad wordt ingelicht over de wijze waarop burgemeester en wethouders voornemens zijn om de beslissing op de locatieontwikkelingsactiviteit te nemen. De gemeenteraad krijgt hierbij een bepaalde termijn om wensen, bedenkingen of een advies ter kennis van b&w te brengen. Mede op basis daarvan nemen b&w een definitief besluit.

Procedure

Uitgangspunt is dat de omgevingsvergunning de reguliere procedure doorloopt (8 (+ 6) weken) en dat in bepaalde bij amvb aan te wijzen gevallen, de uitgebreide procedure wordt gevolgd. Ik heb vernomen dat het ministerie voornemens is om meerdere (dan nu in de Wabo het geval is) situaties onder de reguliere procedure te brengen. Maar hoe dit uit gaat werken is afwachten.