Duurzame ontwrichting
Voorheen was het weinig zeggende ‘duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau’ het enige criterium bij het bepalen of nieuwvestiging van winkels (bijvoorbeeld een supermarkt, bouwmarkt of elektronicaconcern) in strijd was met een goede ruimtelijke ordening. Door toedoen van de economische crisis en de toenemende leegstand (naast winkelpanden ook bij ander vastgoed zoals kantoren), heeft de wetgever ingegrepen en lijkt ook de rechter een uitgebreidere motivering te verwachten.

Uit tal van uitspraken volgt dat er pas sprake is van een duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur als inwoners door sluiting van winkels hun geregelde boodschappen niet meer kunnen doen op een aanvaardbare afstand van hun woonplaats. Dat bijvoorbeeld de komst van een supermarkt in een kern leidt tot de sluiting van een andere supermarkt in een kern, is in dit kader niet van belang. In een bestemmingsplan worden immers geen concurrentieverhoudingen geregeld.

Ladder voor duurzame verstedelijking
De wetgever heeft ingegrepen door het verplichten van een onderbouwing aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking (op 1 oktober 2012 in werking). Uit naam van een zorgvuldig ruimtegebruik vereist deze ladder dat de voorgenomen ontwikkeling onderbouwd wordt aan de hand van een antwoord op de volgende vragen:

- Voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte?
- Zo ja, wat zijn de mogelijkheden van herstructurering, transformatie of anders in bestaand stedelijk gebied?
- Zo nee (op tweede punt), is de locatie passend ontsloten (bijvoorbeeld openbaar vervoer bij kantoren!)?

Dat de rechter de behoeftevraag ook al stelde voordat bovenstaande verplichting werd ingevoerd, blijkt uit een uitspraak met nummer 201208101/1/R2. De rechter vond dat de gemeente de behoefte aan nieuwe kantoren onvoldoende had onderbouwd.

Goede ruimtelijke ordening
Naast het ingrijpen van de wetgever heeft ook de rechter de duimschroeven aangedraaid. Naast de duurzame ontwrichting van de voorzieningenstructuur moet ook worden ingegaan op:

- de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor een efficiënt ruimtegebruik (leegstand) en,
- de gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van bijvoorbeeld bestaande winkelgebieden (verpaupering).

Deze aspecten zijn ook van belang bij een goede ruimtelijke ordening en mogen dus in de onderbouwing van een bestemmingsplan niet ontbreken (zie bijvoorbeeld uitspraak met nummer 201201756/1/R2).

Buro Waalburg heeft ruime ervaring binnen de ruimtelijke ordening (zowel ruimtelijk als juridisch) en is betrokken geweest bij de ontwikkeling van diverse centrumlocaties. Ook hebben wij ruime ervaring met functieveranderingen op bedrijventerreinen en het onderbouwen van nieuwe stedelijke voorzieningen (winkels, kantoren en overige stedelijke voorzieningen) op andere locaties.