Ondanks het gegeven dat de gemeenteraad gebruik als burgerwoning niet wil toestaan, is het volgens de ABRS niet uitgesloten dat de bedrijfswoning als burgerwoning gebruikt gaat worden. Met de vaststelling van het bestemmingsplan heeft de gemeenteraad dan ook evidente handhavingsrisico’s gecreëerd, nu niet is zeker gesteld dat de bedrijfswoning pas mag worden gebouwd indien met de realisatie van het kampeerterrein is aangevangen.

In de tussenuitspraak stelt de ABRS:
dit gebrek in het bestreden besluit binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak te herstellen door met inachtneming van overweging 10.2 en 12 het besluit te wijzigen in die zin dat in het plan wordt zeker gesteld dat de in het plan voorziene bedrijfswoning niet kan worden gerealiseerd voordat een aanvang is gemaakt met de realisatie van de kampeervoorzieningen.

In het herstelbesluit neemt de gemeenteraad een voorwaardelijke verplichting op. Hier neemt de ABRS genoegen mee.

In het herstelbesluit staat dat om het door de Afdeling in de tussenuitspraak van 13 februari 2013 geconstateerde gebrek te repareren, in de planregels een voorwaardelijke verplichting is opgenomen.
In het gewijzigde besluit is aan artikel 4, in lid 4.2.1, na sub e een nieuw sublid f met de volgende tekst toegevoegd:
"f. De bedrijfswoning ten behoeve van het kampeerterrein wordt niet eerder gebouwd dan het kampeerterrein is gerealiseerd overeenkomstig het onderliggende bedrijfsplan;"

ABRS 15 januari 2014, 201111498/1/R4. De tussenuitspraak is gepubliceerd in M en R 2013/53.

Nb: blijkbaar vormt de voorwaardelijke verplichting geen evident handhavingsrisico.

Ik wist dat de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan(regel) relevant is voor de rechtmatigheid van een bestemmingsplan maar dat een evident handhavingsrisico dit ook is……… Dus m.a.w. ook al is een bestemmingsplan goed handhaafbaar dan nog is het van belang om te checken of er aanwijzingen voor evidente handhavingsrisico’s zijn.