De geldende bestemming die op pand X rust, is ‘Bijzondere doeleinden, Klasse B2 met bijbehorende erven’. Bij het actualiseren van het bestemmingsplan voor het centrum wil de gemeenteraad een kinderdagverblijf mogelijk maken in het pand. De buurman (?) van het pand tekent beroep aan en stelt dat de gemeenteraad onderzoek had moeten doen naar geluidhinder, parkeer- en verkeerhinder en andere ruimtelijke aspecten die van belang zijn bij de vestiging van een kinderdagverblijf.

De Afdeling is het met de gemeenteraad eens dat een kinderdagverblijf binnen de bestemming van het geldende bestemmingsplan past. Maar dan komt de volgende rechtsoverweging:

6.4. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 13 maart 2013 in zaak nr. 201201338/1/R4 (buro Waalbrug: hier ging het om het opnieuw mogelijk maken van (niet gerealiseerde) glastuinbouwbedrijven in een glastuinbouwconcentratiegebied. De gemeenteraad verwees voor de onderbouwing dat sprake was van een goede ro naar het geldende bestemmingsplan uit 2009, de Afdeling accepteert dit), kan de raad ter onderbouwing van het standpunt dat het plan niet zal leiden tot een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, niet volstaan met de stelling dat het voorgaande plan voorzag in een vergelijkbare bouw- of gebruiksmogelijkheid ter plaatse. Bij de beoordeling van de planologische aanvaardbaarheid van een beoogde ontwikkeling dient, naast de mogelijkheden van het voorgaande plan, tevens rekening te worden gehouden met de bestaande situatie en de belangen van de omwonenden.

Verder benadrukt de Afdeling nogmaals dat het stemgeluid van kinderen wel moet worden betrokken bij een goede ruimtelijke ordening.

Vervolg van overweging 6.4.

De raad stelt terecht dat stemgeluid van kinderen op grond van artikel 2.18, eerste lid, aanhef en onder i, van het Activiteitenbesluit milieubeheer in een situatie als deze buiten beschouwing blijft bij het bepalen van de daar bedoelde geluidniveaus. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient de raad evenwel in het kader van de vereiste belangenafweging rekening te houden met dit stemgeluid. De raad heeft ter zitting bevestigd dat in het kader van het vaststellen van dit bestemmingsplan geen ruimtelijke afweging is gemaakt over de aanvaardbaarheid van kinderopvang op het perceel [locatie 1], omdat dit gebruik al onder het vorige plan was toegestaan. Nu de raad geen ruimtelijke afweging heeft gemaakt en hij de belangen van [appellant sub 3] niet kenbaar heeft betrokken in zijn besluitvorming, is het bestreden besluit voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Dienstverlening" en de aanduiding "maatschappelijk" voor zover betrekking hebben op het perceel [locatie 1], niet deugdelijk gemotiveerd.

Verwijzen naar een vigerend bestemmingsplan is dus onvoldoende. Er moet in ieder geval aandacht worden geschonken aan de bestaande situatie, bijvoorbeeld: is er in de bestaande situatie sprake van overlast en betreft het een gebied met functiemenging of een woonwijk.

Zie ABRS 201301518/1/R4 van 13 november 2013.