De ABRS overweegt:

13. (appellante) betoogt dat het plan leidt tot een onaanvaardbare toename van onveiligheid. De in het plan voorziene ontwikkelingen trekken volgens haar criminelen aan. Met het oog hierop wenst [appellante] dat rond het terrein een hoog hekwerk of een brede sloot met natuurvriendelijke oevers wordt gerealiseerd om te voorkomen dat de naastgelegen percelen kunnen worden betreden.

13.1. Ingevolge artikel 5, lid 5.2, onder 5.2.2, aanhef en onder a, van de planregels, voor zover hier van belang, mogen op of in de in de voor 'Verkeer' aangewezen gronden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de bepaling dat de hoogte van bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer niet meer mag bedragen dan 8 meter.

13.2. Volgens paragraaf 4.1 van de plantoelichting is het beoogde vrachtautoparkeerterrein beveiligd en kunnen vrachtwagens met aanhanger daarop tegen betaling overnachten. In de plantoelichting is beschreven dat een beveiligd parkeerterrein tot minder vandalisme en diefstallen leidt. Het vrachtautoparkeerterrein wordt volgens de plantoelichting omsloten met een hekwerk en is alleen toegankelijk na controle. Voorts staat in paragraaf 4.2 van de plantoelichting dat sfeeruitstraling en veiligheid voorop staan bij de landschappelijke inpassing van het plan. Dit is terug te zien in de scheiding van verkeersstromen, de openheid en de beplanting, die volgens de plantoelichting een veilige en sfeerbepalende uitstraling geven. Dit wordt volgens de plantoelichting versterkt door de natuurlijke inrichting van de tussensloot, waarover de raad ter zitting heeft toegelicht dat hiermee de voorziene sloot aan de zuidwestzijde van het plangebied is bedoeld.

Gelet hierop heeft de raad het belang van een veilige leefomgeving betrokken bij zijn belangenafweging. De raad heeft onderkend dat het plan kan leiden tot een toename van onveiligheid en een aantrekkende werking op kwaadwilligen kan hebben. De raad heeft deze gevolgen bij zijn afweging betrokken en daarbij in aanmerking genomen dat verschillende inpassingsmaatregelen worden getroffen.

Blijkens de plantoelichting en het verhandelde ter zitting heeft de raad beoogd om het vrachtautoparkeerterrein met een hekwerk te omsluiten en alleen na toegangscontrole toegankelijk te maken. Het plan voorziet gelet op artikel 5, lid 5.2, onder 5.2.2, aanhef en onder a, van de planregels weliswaar in de realisatie van een hekwerk en een voorziening voor toegangscontrole, maar de aanleg en instandhouding daarvan is niet in de planregels geregeld. Nu uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de raad de aanleg en instandhouding van een hekwerk rond het vrachtautoparkeerterrein en een voorziening waarmee de toegang tot het vrachtautoparkeerterrein kan worden gecontroleerd wel noodzakelijk acht met het oog op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het voorziene vrachtautoparkeerterrein, heeft de raad dat ten onrechte niet in het plan geregeld. Niet valt in te zien dat de raad geen regeling in het plan had kunnen opnemen waarmee de door hem bij de realisering van het vrachtautoparkeerterrein noodzakelijk geachte veiligheidsmaatregelen planologisch zijn gewaarborgd, bijvoorbeeld in de vorm van een voorwaardelijke verplichting die inhoudt dat het gebruik van het vrachtautoparkeerterrein overeenkomstig de verkeersbestemming alleen dan is toegestaan indien een hekwerk rond het vrachtautoparkeerterrein en een voorziening waarmee de toegang tot het vrachtautoparkeerterrein kan worden gecontroleerd worden geplaatst en in stand gehouden.

Wees dus scherp op wat je in de toelichting zet en wat je tijdens de zitting bij de ABRS stelt! Overigens zou je de rechter ter zitting kunnen vragen om zelf in de zaak te voorzien als blijkt dat het beroep gegrond is. Als er door het zelf in de zaak voorzien geen belangen van derden kunnen worden geschaad, kan dit tijd, geld en huiswerk schelen!

201307938/1/R2