Volgens de enkelbestemming ‘Bedrijf’ mag je van alles bouwen maar volgens de dubbelbestemming ‘Waterstaat-Rivierzone’ mag je alleen 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' bouwen (behoudens dan een afwijkingsmogelijkheid om bouwwerken in de enkelbestemming mogelijk te maken voor zover de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast). De ABRS acht dit innerlijk tegenstrijdig.

Appellant stelde:
4. (appellante sub 1) kan zich niet verenigen met de aan haar perceel toegekende dubbelbestemming 'Waarde - Rivierzone'. Zij voert hiertoe aan dat de dubbelbestemming de eveneens aan haar gronden toegekende bestemming 'Bedrijf' illusoir maakt, omdat ter plaatse van de bestemming 'Bedrijf' gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouw zijnde, zijn toegelaten, terwijl uit artikel 17 van de planregels volgt dat onder de dubbelbestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. De ene bestemming staat volgens (appellante sub 1) aldus iets toe dat in de andere bestemming specifiek is uitgesloten.

De ABRS overweegt:
4.5. Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld in onder meer haar uitspraak van 17 maart 2004, zaak nr. 200301131/1, is de keuze voor een plan met meervoudige of dubbelbestemmingen in beginsel aanvaardbaar, mits de onderlinge rangorde van de doeleinden of functies is aangegeven en deze geen zodanige tegenstrijdigheden bevatten dat niet op redelijke wijze een afweging kan worden gemaakt met het oog op een goede ruimtelijke ordening.
4.6. Nu ingevolge artikel 3, lid 3.2.1 onder a, van de planregels gebouwen mogen worden gebouwd en ingevolge artikel 17, lid 17.2 uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd, ingevolge artikel 3, lid 3.2. erfafscheidingen met een maximale hoogte van 3 m en overige bouwwerken met een maximale hoogte van 25 m mogen worden gebouwd en ingevolge artikel 17, lid 17.2 damwanden met een maximale hoogte van 2 m mogen worden gebouwd, stelt de Afdeling vast dat deze planregels innerlijk tegenstrijdig zijn. Voorts stelt de Afdeling vast dat in de planregels geen onderlinge rangorde is neergelegd.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in het aangevoerde aanleiding voor het oordeel dat het plan, voor zover het betreft het plandeel met de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Waarde - Rivierzone', voor zover toegekend aan het perceel van (appellante sub 1), niet met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid is vastgesteld.

Zelf een bestemmingsplan opgesteld en behoefte aan een juridische quickscan? Met een quickscan van buro Waalbrug krijgt u zicht op juridische valkuilen in uw bestemmingsplan met een passende oplossing hiervoor.

19-02-2014, 201304186/1/R4.