De ABRS komt tot de conclusie (mede op basis van een deskundigenrapport van de StAB) dat een periode van 5 maanden onvoldoende is. Zij overweegt:

7.1. De StAB heeft in het deskundigenverslag van 4 oktober 2012 geconcludeerd dat in dit geval een periode van vijf maanden onvoldoende is om een ontvankelijke aanvraag voor een bouwvergunning eerste fase voor de bouw van een tweede woning op het perceel van [verzoekster] in te dienen. Daarbij is uitgegaan van de vereisten voor het indienen van een ontvankelijke bouwaanvraag eerste fase en de voorgeschreven termijnen. Voorts heeft de StAB de bouwmogelijkheden op het perceel van [verzoekster] beoordeeld en geconcludeerd dat die meer complex zijn dan het college en de SAOZ hebben verondersteld. Zo dient het bestaande perceel te worden gesplitst en dient te worden voorzien in een ontsluiting op de achter het perceel gelegen Mondriaanlaan.

7.2. (……..) De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat, gelet op de situering van de bestaande woning van [verzoekster], de StAB er terecht van is uitgegaan dat een tweede woning alleen een uitweg kon hebben naar de achter het perceel gelegen Mondriaanlaan. Daarbij heeft de rechtbank terecht betrokken dat een af te splitsen gedeelte van het perceel waarop het bouwvlak voor een tweede woning was geprojecteerd door de bestaande woning is afgesloten van de Menneweg, ook als het bestaande bijgebouw op het perceel zou worden gesloopt. Voorts heeft de rechtbank de StAB ook kunnen volgen in haar conclusie - samengevat - dat gegeven de situatie op het perceel verscheidene ontwerpen zullen moeten worden bezien. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank de StAB kunnen volgen in de conclusie dat in dit specifieke geval een termijn van vijf maanden niet voldoende is om een ontvankelijke aanvraag voor een reëel bouwplan voor het perceel in te dienen.

Uit deze uitspraak volgt dat de vraag of de termijn tussen het concrete beleidsvoornemen en het besluit dat leidt tot voorbereidingsbescherming (voorbereidingsbesluit of ontwerpbestemmingsplan) voldoende is voor het aannemen van passieve risicoaanvaarding, afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval. Dit is echter nauwelijks een verrassing (de concrete omstandigheden van het geval kunnen dit overigens wel zijn!).

ECLI:NL:RVS:2014:737, uitspraak van 5 maart 2014.