De gemeenteraad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor de herstructurering van een centrum. Het bestemmingsplan voorziet in 3.900 m² detailhandel waaronder een supermarkt van 1700 m². Het is de bedoeling dat een bestaande supermarkt die elders in de kern gevestigd is, wordt verplaatst naar het centrum. Hoewel de gemeenteraad een aantal redenen voor de ontwikkeling aanvoert;

  • het centrum ligt in een regionaal stedelijk concentratiegebied
  • vergroting van het voorzieningenaanbod is noodzakelijk voor leefbaarheid van het bestaande stedelijke gebied
  • lokaal is er behoefte aan meer ruimte voor detailhandel
  • het leegstandsniveau in het centrum is laag

... stelt de ABRS dat in de toelichting bij het bestemmingsplan niet is aangetoond dat de voorziene ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. De ABRS overweegt dat bij de beoordeling of sprake is van een actuele regionale behoefte, de behoefte dient te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod. Bij detailhandel betekent dit dat wordt gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van winkelleegstand. Inzichtelijk moet zijn gemaakt dat het bestemmingsplan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in de betrokken regio zal leiden.

Met andere woorden je moet aantonen dat je inzicht in het regionale aanbod (kwantitatief en kwalitatief) hebt om te kunnen motiveren dat je bestemmingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is. Als je dat inzicht hebt verkregen, kan het gemotiveer beginnen (want bij de vraag of een ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening komt een grote mate van beleidsvrijheid toe aan de gemeenteraad).

Zie hieronder de relevante gedeelten uit de uitspraak:
Regionale behoefte
7. Achmea en Sligro betogen dat in de plantoelichting niet is beschreven dat met de detailhandelsvoorzieningen die het plan mogelijk maakt wordt voorzien in een actuele regionale behoefte als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, onderscheidenlijk b, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Zij voeren daartoe aan dat geen rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de winkelleegstand. Achmea brengt in dit verband naar voren dat de verplaatsing van een bestaande supermarkt in het winkelgebied aan de Oliemaat in Vlijmen naar het plangebied onaanvaardbare gevolgen heeft voor de leegstand in dat winkelgebied.

7.1. De raad stelt dat Vlijmen in regionaal verband is aangewezen als stedelijk concentratiegebied zoals bedoeld in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening van 1 januari 2011 van de provincie Noord-Brabant (hierna: structuurvisie) en dat vergroting van het voorzieningenaanbod nodig is om de leefbaarheid van het bestaande stedelijke gebied in Vlijmen te vergroten. Voorts is volgens de raad aangetoond dat er lokaal uitbreidingsruimte voor detailhandel is. De raad brengt daarnaast naar voren dat het leegstandsniveau in Vlijmen laag is.

7.2. Ingevolge artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro wordt in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte.

Ingevolge het tweede lid, onder b, wordt, indien uit de beschrijving, bedoeld onder a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins.

Ingevolge artikel 1.1.1, onder h, wordt onder bestaand stedelijk gebied verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Ingevolge artikel 1.1.1, onder i, wordt onder stedelijke ontwikkeling verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

7.3. Het plan voorziet in het realiseren van ongeveer 3.900 m² winkelvloeroppervlak, waaronder een supermarkt met 1.700 m² winkelvloeroppervlak. In de plantoelichting wordt er vanuit gegaan dat een bestaande supermarkt aan de Oliemaat zal worden verplaatst naar het plangebied.

7.4. Het plan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk zodat ingevolge artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in de toelichting bij het plan moet zijn beschreven dat deze ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Daarbij is van belang dat volgens de Nota van toelichting bij artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro (Stb 2012, 388, p. 50) bij de beoordeling of sprake is van een actuele regionale behoefte, de behoefte dient te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod en dat dit voor detailhandel betekent dat wordt gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van winkelleegstand. Tevens is van belang dat een bestemmingsplan niet dient om concurrentieverhoudingen te regelen.

De behoefte aan de beoogde ontwikkeling dient aldus, met het oog op het voorkomen van structurele winkelleegstand, te worden afgewogen tegen het bestaande aanbod. Inzichtelijk moet zijn gemaakt dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in de betrokken regio zal leiden.

7.5. In de structuurvisie staat dat het beleid voor het stedelijk concentratiegebied inhoudt dat dit gebied een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking heeft, dat de gemeenten in regionaal verband en met de provincie afspraken moeten maken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma en dat zorgvuldig ruimtegebruik en de toepassing van de SER-ladder voorwaarden zijn bij het maken van regionale afspraken. Voorts staat in de structuurvisie dat er vanwege de verwachte geringe groei van de bevolking beperkte ruimte is voor de uitbreiding van detailhandelsvoorzieningen en dat het belangrijk is zorgvuldig om te gaan met de bestaande winkelcentra. De omstandigheid dat Vlijmen is gesitueerd in het stedelijk concentratiegebied als bedoeld in de structuurvisie, waar de raad naar verwijst, betekent daarom niet zonder meer dat met dit plan wordt voorzien in een actuele regionale behoefte als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. De raad heeft geen inzicht gegeven in de aanvaardbaarheid in regionaal verband van de in het plan voorziene ontwikkeling met het oog op het voorkomen van structurele winkelleegstand als vorenbedoeld. Voorts heeft de raad niet bezien in hoeverre het plan gevolgen heeft voor de winkelleegstand in het winkelgebied aan de Oliemaat, dat zich op korte afstand van het plangebied bevindt. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat volgens de plantoelichting een verplaatsing van een bestaande supermarkt aan de Oliemaat naar het plangebied wordt beoogd. De door de raad aangevoerde omstandigheid dat het leegstandsniveau in Vlijmen laag is, is in dit verband geen voldoende geconcretiseerde onderbouwing. De raad heeft derhalve niet toereikend gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met het bestaande aanbod en de mogelijke gevolgen van het plan voor de winkelleegstand in de betrokken regio.

Nu in de toelichting bij het plan niet is beschreven dat de voorziene ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, van het Bro en evenmin is ingegaan op onderdeel b van dit artikellid, is het plan in zoverre vastgesteld in strijd met deze bepaling. De betogen van Achmea en Sligro slagen.

ABRS 26 maart 2014, 201309006/1/R6