De casus
Een omgevingsvergunning verleend voor het (in afwijking van het geldende bestemmingsplan) oprichten van een bouwmarkt annex tuincentrum. Een concurrent bouwmarkt vreest voor onevenredige leegstand en stelt dat er geen actuele regionale behoefte is.

Het college stelt (en heeft in een DPO laten onderzoeken) dat er in kwantitatieve zin uitbreidingsruimte is. Het college hecht in deze situatie echter meer waarden aan het feit dat de stedelijke ontwikkeling een nieuwe formule betref en dus daar dus zeker ook in kwalitatieve zin behoefte aan is (en daarmee dus ook een grotere regionale verzorgingsbereik).

De ABRS stelt in de uitspraak dat de concurrent bouwmarkt onvoldoende grond heeft aangevoerd om de conclusies van het college te weerleggen.

Ook voor wat betreft de gevolgen voor de leegstand is de ABRS van oordeel dat het college zich op basis van het verrichte dpo, op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet hoeft te worden gevreesd voor een onaanvaardbare structurele leegstand, gelet op de beperkte gevolgen voor het bestaande aanbod (in het dpo geraamd op sluiting van 1 a 2 bouwmarkten in de gemeente en geringe effecten in de omringende gemeenten) en de mogelijkheden voor herinvulling van eventueel leegkomende panden.

Zie onderstaande conclusie:
Uit het voorgaande volgt dat het college voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat het project voorziet in een actuele regionale behoefte, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, van het Bro. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de gevolgen voor de leegstand niet zodanig zijn dat hierom de omgevingsvergunning diende te worden geweigerd en dat, indien deze gevolgen zich voordoen, er bovendien voldoende mogelijkheden zijn voor een nieuwe invulling. Niet is betwist dat voor de meeste bouwmarkten een ruimere bedrijfsbestemming geldt. Het college heeft in dit kader op enkele concrete gevallen van herinvulling van bouwmarkten gewezen. Praxis heeft haar stelling dat herinvulling van leegstaande bouwmarkten en tuincentra moeizaam is niet aannemelijk gemaakt.

ECLI:NL:RVS:2014:2331, 25 juni 2014