Casus

Een bestemmingsplan voor de bouw van zes gestapelde woningen tegen de bosrand.

4.3. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling geldt dan wel een ontheffing op grond van de Ffw (Flora- en faunawet) nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Ffw. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen, indien en voor zover hij op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de Ffw aan de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode in de weg staat.

Met andere woorden komen er beschermde soorten voor en zo ja kunnen we, indien noodzakelijk, een ontheffing krijgen.

Volgens het onderzoeksrapport "Bijlage bij ruimtelijke onderbouwing "Willibrorduslaan 134", december 2007" van 27 november 2012 van xxx kunnen effecten op broedvogels worden voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. De aangrenzende bosrand wordt door vleermuizen gebruikt als foerageergebied. De verstoring van vleermuizen kan worden voorkomen door de realisatie van vleermuisvriendelijke verlichting. Voorts vermeldt het rapport dat de aanwezigheid van beschermde reptielen in de bosranden niet kan worden uitgesloten. Aanbevolen wordt om tijdens de werkzaamheden de aangrenzende bosrand te ontzien. Verder beveelt het rapport aan om aanvullend onderzoek te verrichten naar het voorkomen van de levendbarende hagedis en hazelworm in het plangebied. Bij aanwezigheid moet ontheffing aangevraagd worden en zijn aanvullende inrichtingsmaatregelen nodig door bijvoorbeeld overige terreindelen geschikter te maken. Niet gebleken is dat de raad voor de vaststelling van het plan dit aanvullende onderzoek heeft laten verrichten. Hiervoor bestond aanleiding omdat de hazelworm voorkomt in bijlage 1 van het Vrijstellingsbesluit. Ook is niet gebleken dat de raad heeft nagegaan of een beroep kan worden gedaan op de belangen als genoemd in artikel 2, derde lid, van het Vrijstellingsbesluit, bij een eventuele aanvraag om een ontheffing op grond van artikel 75 van de Ffw met het oog op de aanwezigheid van de hazelworm. Gelet op het vorenstaande heeft de raad niet deugdelijk gemotiveerd dat hij zich ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de Ffw niet op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan binnen de planperiode in de weg staat.

Met betrekking tot een beroep op de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in verband met aanwezige flora en fauna overweegt de ABRS als volgt:
4.4. De bepalingen in de Ffw hebben in het bijzonder ten doel om het algemene belang van bescherming van beschermde diersoorten te waarborgen. De individuele belangen van burgers die in of in de onmiddellijke nabijheid van een natuurgebied wonen bij behoud van een goede kwaliteit van hun directe leefomgeving, kunnen zo verweven zijn met het algemene belang dat de Ffw beoogt te beschermen, dat niet kan worden geoordeeld dat de betrokken normen van de Ffw kennelijk niet strekken tot bescherming van hun belangen. Dit geval doet zich hier voor. [appellant] woont in de onmiddellijke nabijheid van het perceel Willibrorduslaan 134 en de nabijgelegen bosrand. Gelet hierop bestaat een duidelijke verwevenheid van zijn individuele belangen bij het behoud van een goede kwaliteit van zijn directe leefomgeving met de algemene belangen die de Ffw beoogt te beschermen. Gelet hierop kan artikel 8:69a van de Awb niet aan vernietiging van dit plandeel om deze reden in de weg staan.

De dag wordt gered omdat de gemeente zo slim is geweest om naar aanleiding van het ingediende beroep een aanvullend onderzoek te laten uitvoeren waarin wel duidelijke en bruikbare conclusies worden getrokken.

6. De Afdeling ziet evenwel aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde plandeel met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb geheel in stand te laten en overweegt hiertoe het volgende. Uit het onderzoeksrapport van het onderzoeksbureau van 5 december 2013, dat recenter is dan het rapport van xxx, volgt dat het plangebied, inclusief de oostelijk gelegen bosrand, ongeschikt is voor de hazelworm. Bovendien zijn geen exemplaren van deze soort aangetroffen. Voor de levendbarende hagedis sluit het rapport niet uit dat deze voorkomt op of nabij het perceel Willibrorduslaan 134. Als een overtreding van de Ffw niet kan worden voorkomen zal een ontheffing dienen te worden aangevraagd. Met betrekking tot de levendbarende hagedis kan een ontheffing worden verleend, indien de beoogde woningbouw geen afbreuk doet aan een gunstige staat van instandhouding van deze soort. Het onderzoeksrapport vermeldt dat er geen indicaties zijn dat deze ontheffing, indien noodzakelijk, niet kan worden verleend.

Op basis van dit onderzoeksrapport heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de Ffw niet op voorhand in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan binnen de planperiode.

201309004/1/R3