Wat was er aan de hand? De gemeente Apeldoorn neemt in het nieuwe bestemmingsplan waarin onder meer het Beekpark is opgenomen, een regeling op voor het toestaan van evenementen in dit park. Hierbij worden in het gehele park evenementen toegestaan en niet slechts, zoals in het voorheen geldende bestemmingsplan, in het deel van het park waar de muziektent zich bevindt. De regeling is conform de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat wil zeggen het aantal en soort evenementen en de duur ervan zijn vastgelegd. Omwonenden komen tegen het bestemmingsplan in het geweer vanwege vrees voor overlast en aantasting van hun woongenot.

Vanuit de gemeente wordt hierop het volgende gesteld:

6.1. De raad stelt dat op grond van de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde Notitie Geluid en Evenementen in het hele Oranjepark reeds evenementen plaatsvonden. Het maximumaantal bezoekers tijdens de gehele duur van een evenement is in het plan beperkt tot 6.000, omdat dat het hoogste aantal bezoekers is dat is vermeld in de recente aanvragen voor een evenementenvergunning voor het Oranjepark. Het maximumaantal evenementen per jaar is volgens de raad overgenomen uit de Notitie Geluid en Evenementen. Volgens de raad wordt de geluidgrens van 75 dB(A) in elke evenementenvergunning opgenomen op grond van de Notitie Geluid en Evenementen. Eveneens is in die notitie de eindtijd van 22:00 uur opgenomen. Daarmee zijn de geluidgrens en de eindtijd volgens de raad voldoende gewaarborgd. Een begintijd is niet in de planregels opgenomen, omdat daar in de praktijk geen problemen door ontstaan, aldus de raad.

Daarnaast is in de gemeentelijke zienswijzennota vermeld, dat in het plan een aanvullende regeling is opgenomen. Het gaat om een aanvulling van de bestaande evenementenregeling zoals opgenomen in de beleidsnotitie Notitie Geluid en Evenementen. In aanvulling op het evenementenbeleid zijn in het bestemmingsplan het aantal evenementen en de duur van een evenement vastgelegd.

Maximale invulling planologische mogelijkheden en ervaring uit het verleden

De Afdeling volgt de gemeente niet in haar betoog en overweegt als volgt:

6.5. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 20 juni 2012, in zaak nr. 201109470/1/R4,(GP: betreft gemeente Emmen) ligt het op de weg van de planwetgever om een beoordeling en afweging te maken of een bestemming die evenementen op een bepaalde locatie toestaat, vanuit ruimtelijk oogpunt is aangewezen. Ook dient de planwetgever omtrent onder meer het toegestane aantal evenementen per jaar en de maximale bezoekersaantallen, voorschriften op te stellen voor zover dat vanuit een oogpunt van ruimtelijke aanvaardbaarheid op een locatie van belang is. Daarbij is een beoordeling nodig op basis van de maximale mogelijkheden die het plan biedt. In dit geval zijn voor die beoordeling onder meer het aantal, de begin- en eindtijden, de aard en de omvang van de voorziene evenementen en de in dat kader te verwachten parkeer- en verkeersdruk van belang. De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling evenwel niet inzichtelijk gemaakt dat een beoordeling heeft plaatsgevonden van de te verwachten geluidbelasting en de te verwachten parkeer- en verkeersdruk ten gevolge van de toegestane evenementen ter plaatse van het gehele Oranjepark op basis van de maximale mogelijkheden van het plan. De stelling van de raad dat het houden van evenementen in het verleden niet tot parkeer- of verkeersoverlast heeft geleid en dat bij de reeds gehouden evenementen werd voldaan aan de geluidnormen die in elke evenementen¬vergunning worden opgenomen, doet, wat daar ook van zij, hier niet aan af. De raad heeft daarbij namelijk geen beoordeling gemaakt op basis van de maximale mogelijkheden die het plan biedt. Zo heeft de raad niet afgewogen of de in het plan opgenomen maximale bezoekersaantallen en aantallen evenementen per jaar kunnen leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. [………. ]

Het standpunt van de Afdeling kort samengevat: ervaringen uit het verleden, hoe positief ook, biedt geen garantie voor de toekomst. Bovendien oordeelt de Afdeling dat er inzicht dient te zijn in wat de gevolgen (in dit geval vanwege geluid, verkeersbewegingen en parkeerdruk) zijn van de maximale invulling van de planologische capaciteit die het bestemmingsplan biedt. Vervolgens dient de raad aan de hand van dat inzicht af te wegen hoe een en ander zich verhoudt tot het woon- en leefklimaat van de omwonenden: of de in het bestemmingsplan toegelaten activiteiten niet leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het omgevingsmilieu.

Relatie tot APV

Een vergunning ingevolge de APV met als toetsingskader het evenementenbeleid wordt door de Afdeling niet voldoende geacht. De APV ziet met name op de handhaving van de openbare orde en speelt geen rol in de toetsing op ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement of evenemententerrein.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen […………] is een evenementenvergunning ingevolge de APV met name ingegeven uit het oogpunt van handhaving van de openbare orde en is een APV geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement of een evenemententerrein. Aan de omstandigheden dat een evenementenvergunning op grond van de APV nodig is en bij de in het verleden verleende vergunningen aan de opgelegde geluidnorm werd voldaan, kan dan ook niet de zekerheid worden ontleend dat alleen evenementen worden gehouden die vanuit planologisch oogpunt aanvaardbaar zijn.

Conclusie

Een evenementenregeling in een bestemmingsplan vergt meer dan het één-op-één overnemen van (delen van) het evenementenbeleid en ervaringen uit het verleden zijn een onvoldoende basis. Er dient gedegen onderzoek plaats te vinden naar de gevolgen van de maximale invulling van de planologische mogelijkheden en vervolgens dienen die gevolgen in de vereiste afweging te worden meegenomen.

Zie ABRS 19 augustus 2015, 201501339/1/R2