Over o.a. de relatie tussen omgevingsvisie en omgevingsplan

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld maar steeds vaker zien wij her en der al omgevingsvisies oppoppen. We denken dat dit te maken heeft met het veelvuldig gepropageerde ‘je moet het gewoon doen’. Op zich klopt het dat je het meeste leert van de ervaring (‘het doen’) en dan vooral van negatieve ervaringen (je leert het meest van fouten!).

Een ander adagium dat veel voorbij komt als het gaat om de Omgevingswet is het ‘als je doet wat je deed dan krijg je wat je kreeg’. Ondanks de mooie co-creatieve processen, de ene nog mooier en interactiever dan de andere, hebben wij sterk het gevoel dat we met de gepubliceerde omgevingsvisies ‘krijgen wat we kregen’. Dit gevoel wordt versterkt door de vergelijking die ik overal zie opduiken van de omgevingsvisie met de structuurvisie. De fraaiste uiting van ‘gewoon doen’ is wel het opstellen van een omgevingsvisie waarbij achteraf de vraag wordt gesteld: ‘wat is eigenlijk de relatie van de omgevingsvisie met het omgevingsplan?’.

De factsheet ‘Van Omgevingsvisie naar Omgevingsplan: hoe ambities te vertalen naar een omgevingsplan: een voorbeeld’, is in de zomermaanden van 2016 opgesteld door de programmaraad Aan de slag met de Omgevingswet en de BNSP. De factsheet is te raadplegen via 'van omgevingsvisie naar omgevingsplan' en begint heel sterk met de volgende constatering:

Onder de Wro was de relatie tussen structuurvisies en bestemmingsplannen vaak zwak. Ook nu lijken in de voorbereiding bij veel gemeenten omgevingsvisies en omgevingsplannen verschillende werelden, terwijl de relatie ertussen noodzakelijk blijkt om de juiste normen in het omgevingsplan te kunnen stellen.

Ook de eerste afbeelding is erg treffend:

gat tussen omgevingsvisie en omgevingsplan

Het gat tussen visie en plan

Verder bevat de brochure voor de goede verstaander nog een goede (en logische) conclusie in de zin van: betrek bij het opstellen van een omgevingsvisie ook de opstellers van het omgevingsplan en de medewerkers die straks het omgevingsplan moeten gaan uitvoeren (vergunningverleners en handhavers). Het is opvallend dat deze vorm van integraal werken ook nu nog geen gemeengoed is.

In het licht van de beleidscyclus (ontwerpend principe achter de Omgevingswet) is het onbestaanbaar dat een omgevingsvisie wordt opgesteld zonder een idee te hebben van wat er in het omgevingsplan geregeld moet gaan worden. De Omgevingsvisie is immers de beleidsmatige verantwoording van het omgevingsplan. De verhouding tussen omgevingsvisie – omgevingsplan en omgevingsvergunning* is de verhouding tussen respectievelijk de ‘wat’ – ‘of’ en ‘hoe’-vraag.
Ook in het licht van het samenspel tussen gemeenteraad en college van B&W is de relatie omgevingsvisie – omgevingsplan van groot belang.

Wat helpt?
Het helpt om voorafgaand of (als je er al mee bezig bent) tijdens het opstellen van de omgevingsvisie de volgende vragen te stellen:
1. Van wie is de omgevingsvisie?
2. Voor wie is de omgevingsvisie?
3. Wat willen ‘we’ met de omgevingsvisie bereiken?

Even kort (door de bocht):

Ad 1. Van wie is de omgevingsvisie?
De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. Dat is niet voor niets. De omgevingsvisie is namelijk kaderstellend voor alles wat er binnen de fysieke leefomgeving gebeurt. Als we kijken naar de doelstelling van de Omgevingswet om meer dan thans het college van B&W aan zet te krijgen (wat eigenlijk te maken heeft met het anders denken over wat kaderstelling en wat uitvoering is** en wat de minister een omslag van democratische legitimiteit naar democratische controle noemt), is het van groot belang om de gemeenteraad niet alleen de omgevingsvisie te laten vaststellen (op basis van een voorstel van B&W) maar de gemeenteraad ook te helpen bij de vraag ‘wat wilt u in de omgevingsvisie opnemen’? Wat daarbij zou kunnen helpen zijn de onderwerpen die in een omgevingsplan worden geregeld en de wijze waarop dit gaat gebeuren. Kort gezegd, gebiedsgericht, functioneel en thematisch.

Ad 2. Voor wie is de omgevingsvisie?
De omgevingsvisie wordt opgesteld voor de burger is vaak de eerste reactie. Ik kom dan eigenlijk meteen uit bij vraag 3 (of wat wil je dan doen voor de burger***). Verder denk ik ook dat een (goede) omgevingsvisie cruciaal is in het samenspel tussen raad en college (zie ad 1.).

Ad 3. Wat willen ‘we’ bereiken met de omgevingsvisie?
De vervolgvraag is dan wat heeft de burger aan een omgevingsvisie (en als je er al één hebt vastgesteld, wat heeft de burger aan de omgevingsvisie zoals deze er ligt)? Bij deze vraag moet ik denken aan eigenlijk alle doelstellingen (of verbeterdoelen) van de Omgevingswet; integrale benadering van de fysieke leefomgeving, meer bestuurlijke afwegingsruimte, vergroten van inzichtelijkheid en voorspelbaarheid en snellere besluitvorming. Het komt eigenlijk allemaal neer op een verschuiving naar de voorkant. Het nadenken over wat willen we met initiatieven in een bepaald gebied verschuift van de fase van vergunningverlening naar de fase van beleidsvorming.

Kortom het opzetten van een co-creatief proces en het maken van een strategische visie op de toekomst is goed maar niet voldoende…….

 

* Onder omgevingsvergunning verstaan we (in dit kader) ook de toestemming voor een initiatief door middel van het herzien van het omgevingsplan.

** Een initiatief (bijv. bouw van een woning) mogelijk maken met een herziening van het bestemmingsplan is immers ook uitvoering.

*** Ons antwoord: inzicht bieden en voorspelbaarheid vergroten.

 

Doorpraten over deze andere kijk op de omgevingsvisie? Neem contact op met Wil Haans via 06-519 13 723 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of Dènes Jansen via 06-519 13 528 of Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..