Het omgevingsplan is één van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Hier komt de gemeentelijke regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving bij elkaar. Bij amvb wordt bepaald welke gemeentelijke regels in een omgevingsplan moeten worden opgenomen en welke regels niet in een omgevingsplan mogen worden opgenomen.

Voorbeelden van die eerste zijn regels over het gebruik van gronden en gebouwen, slopen, kappen, monumenten en welstand. Voorbeelden van die tweede categorie zijn regels die specifiek zien op de openbare orde en regels met uitsluitend een procedureel of financieel karakter (bijvoorbeeld legesverordening).

De bevoegdheid voor de vaststelling van het omgevingsplan ligt bij de gemeenteraad. De Omgevingswet biedt in artikel 2.8 de mogelijkheid voor de gemeenteraad om de vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan B&W. Het delegatiebesluit waarin de overdracht van bevoegdheid wordt vastgelegd, maakt geen onderdeel uit van het omgevingsplan en is niet vatbaar voor beroep.

Naast de (delegatie van de) vaststellingsbevoegdheid is ook de inhoud van het omgevingsplan een stuk flexibeler dan die van het bestemmingsplan. Flexibeler in de zin van de regelgevingstechnieken die gebruikt kunnen worden en flexibeler in de zin van de bestuurlijke afwegingsruimte die de Omgevingswet, de amvb’s en straks de provinciale verordeningen gaan bieden. Zo kunnen in het omgevingsplan zogenaamde ‘open normen’ worden opgenomen waarmee de onderzoekslasten kunnen worden doorgeschoven naar de fase van vergunningverlening. Deze vorm van regulering wordt mogelijk omdat de motivatieplicht om aan te tonen dat een (onderdeel van een) bestemmingsplan binnen tien jaren ook daadwerkelijk uitgevoerd kan zijn, verandert in een motivatieplicht om aannemelijk te maken dat er geen sprake is van een onuitvoerbare regel in het omgevingsplan.  De toegenomen bestuurlijke afwegingsruimte van de gemeenteraad komt in een divers aantal zaken tot uiting. De mogelijkheid om (deels) de vergunningplicht voor bouwwerken te bepalen, regels aan bedrijfsmatige activiteiten (o.a. horeca, sport en recreatie) te stellen, gebiedsgericht te differentiëren in regels over geluid, geur en trillingen en de mogelijkheid om maatwerkregels te stellen (bijvoorbeeld strengere energiezuinigheidseisen voor nieuwbouw) zijn voorbeelden van die bestuurlijke afwegingsruimte.

Buro Waalbrug

Vooruitlopend op de Omgevingswet is buro Waalbrug betrokken (geweest) bij verschillende pilotprojecten in het kader van de Crisis- en herstelwet. De focus van deze pilotprojecten is telkens een andere (participatie, uitnodigingsplanologie, organische ontwikkeling, voorsorteren op het omgevingsplan) zodat we in brede zin experimenteren met de komst van de Omgevingswet. Recentelijk hebben wij de vraag gekregen om de gemeente Haarlemmermeer te adviseren bij het opstellen van een omgevingsplan waarmee een gebied van 1000 ha getransformeerd wordt van een agrarisch gebied naar een toeristisch-recreatief landschapspark. Wilt u meer informatie, neem dan contact op met  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / 06 51 91 35 28).

Zie verder Transformatie ENCI-gebied Maastricht en Voorbereiden op de omgevingswet en het omgevingsplan