In 2012 heeft de gemeente Losser een concept-structuurvisie in procedure gebracht, die vanwege nieuwe ontwikkelingen en de (destijds) nog op te stellen regionale programmering voor woon- en werklocaties nooit is vastgesteld. Hierdoor ontbreekt het de gemeente Losser al jaren aan een richtinggevend kader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Buro Waalbrug heeft in opdracht van de gemeente Schijndel het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herijking’ opgesteld. Met deze herijking is het bestemmingsplan  Landelijk gebied zoals de gemeenteraad die op 27 juni 2013 heeft vastgesteld, gedeeltelijk herzien. Voor het opstellen van de herijking bestonden verschillende aanleidingen.

Op 4 mei 2016 heeft de Raad van State een spuitzone van 10 meter tussen een fruitboomgaard en twee woningen geaccepteerd in het door buro Waalbrug opgestelde bestemmingsplan ‘Van Heemstraweg 2a Ewijk’.

Voor de transformatie van het ENCI-gebied (bedrijfsterrein + mergelgroeve) in de gemeente Maastricht tot een multifunctioneel bedrijventerrein en een gebied voor natuur, recreatie en toerisme wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Buro Waalbrug adviseert de gemeente Maastricht hierbij en begeleidt het opstellen van het bestemmingsplan.

Voorafgaand aan het opstellen van het bestemmingsplan voor het centrum van Wijk bij Duurstede heeft buro Waalbrug een visie op de binnenstad gemaakt. In een overzichtelijke infographic zijn de waarden en speerpunten van de binnenstad op 1 A3-blad verbeeld. Dit vormde het vertrekpunt voor de visie en het op te stellen bestemmingsplan.

In opdracht van de Dekker Groep, en in overleg met de gemeente ‘s-Hertogenbosch, Natuurmonumenten en Watersport Vereniging Neptunus, stellen wij een bestemmingsplan op voor plas De Koornwaard.
De Dekker Groep houdt zich bezig met de ontwikkeling van ons landschap en de winning en verwerking van zand en grind.

Het bestemmingsplan Centrum Elst (gemeente Overbetuwe) betreft een combinatie van actualisatie en ontwikkelen. Voor het gebied moet vanwege de actualisatieplicht een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Daarnaast is in het kader van de gemeentelijke centrumvisie sprake van meerdere ontwikkelings-locaties.

In de praktijk blijkt dat het van groot belang is dat de inventarisatie en waardering van cultuurhistorie ook daadwerkelijk wordt verankerd in beleid en regelgeving. Relevante vragen zijn dan: op welke wijze verwerk je de waarden in bestemmingsplannen en hoe betrek je cultuurhistorie bij nieuwe ontwikkelingen?